Header image header image 2  
Restoration of Oil Paintings
and Frames
   
back home next
 

RESTAURATIE VAN SCHILDERIJEN
SCHADE AAN DE DRAGER

 

 

 

   

   


De huiszwam of Serpula Lacrymans

KENMERKEN :

  • Zwamvlok: witachtig geel, geelachtig bruin.
  • Zwamdraad: geelachtig bruin of donkerbruin.
  • Vruchtlichaam: dun, plaatachtig roomkleurig geel, vervolgens roestbruin.
  • Sporen: sporen zijn roestbruin.

Levenscyclus

  • De huiszwam is een levend organisme die minuscule draden, zogenaamde zwamdraden, door vochtig hout verspreiden; ze halen hun voedsel om te groeien uit het hout.

Gewoonten

  • Ze komen het meest voor in vochtig hout/doek dat in contact staat met vochtige muren of een vochtige omgeving.
  • Symptomen zijn: barsten in het houtwerk/doek, vruchtlichamen, rood stof of een scherpe zwamgeur.
  • Kan via de schimmeldraden water transporteren naar droge ruimten.

De meest gevreesde schimmel is de huiszwam of de Serpula Lacrymans, die droog rot veroorzaakt. Ze is de enige schimmel die niet in de buitenlucht groeit. Deze schimmel tast op zeer korte termijn al organisch materiaal zeer grondig aan.

Schildersdoek bestaat uit cellulose ofwel celstof, de bouwsteen van planten en dus ook van bomen (hout). Cellulose is ook de grondstof voor de fabrikage van papier en textielvezels.

Niet enkel het hout van het spieraam wordt dus vernield, maar ook het canvas. Eens het kustwerk door de schimmel is aangetast, kan het niet meer gestopt worden.

Wordt deze schimmel bij één schilderij vastgesteld, dan zijn er in het gebouw of in de ruimte zeker nog andere plaatsen waar deze schimmel huist. De aanwezigheid van de Serpula Lacrymans is een zeer emstig en vergt professionele aanpak.

 

Ontwikkeling van de huiszwam

Zoals voor elke zwam, zijn de microscopische sporen van de huiszwam een beetje overal in de lucht aanwezig. Op vochtig houtwerk of op een canvas dat tegen een vochtig buitenmuur hangt, en in een ruimte met een relatief constante temperatuur van ongeveer 22°C en een relatieve luchtvochtigheid van meer dan 65%, ontkiemt de schimmel en ontwikkelt strengen (de zogenaamde zwamdraden). Deze zwamdraden verstrengelen en vormen het mycelium. Dit mycellium tast het houtwerk en het doek aan, dat verrot, en uiteindelijk zacht en breekbaar wordt.

 

myceliumdraden

Het witte dons van de myceliumdraden

 

Het vruchtlichaam is het laatste stadium in de ontwikkeling van de zwam. Het is eigenlijk dit vruchtlichaam dat de sporen produceert die zorgen voor de reproductie van de soort. Het heeft het uitzicht van een roestbruine pannenkoek, soms wit omboord, met een zekere vastheid.

 

vruchtlichaam

Het vruchtlichaam van de huiszwam.

 

De huiszwam stopt haar ontwikkeling niet als ze alle voedingsbestanddelen van het hout of het doek opgebruikt heeft. Ze kan zich op en via de muren ontwikkelen, op zoek naar ander bruikbaar materiaal, zelfs als dit materiaal droog en gezond is. Ze kan inderdaad via haar net van zwamvlokdraden het water dat ze nodig heeft uit de muren en uit de lucht halen en transporteren.

Op die manier kan deze zwam een indrukwekkende en snelle schade kan aanrichten op soms onverwachte plaatsen.

Vindt ze geen voedsel of verandert haar microklimaat, dan kan de huiszwam jarenlang in een latente toestand leven, tot de voor haar onmisbare elementen terug aanwezig zijn.

De huiszwam bij schildersdoek :

De h
uiszwam manifesteert zich als een wit, vrij gesloten dons waarin zich een oranje-bruin vruchtlichaam ontwikkelt. In het substraat, waarop de schimmel groeit (hier het linnen of de lijm waarmee de doublering werd uitgevoerd) zitten zwarte strengen, dat is het mycelium van de zwam.

 

zwart mycelium

Zwarte strengen in het mycelium
op de achterkant van het doek. .
Dit is de eigenlijke schimmel.

 

Dat mycelium is de eigenlijke schimmel; het zichtbaar gedeelte (het dons) is het vruchtlichaam en zijn de voortplantingscellen die zich onder vorm van “sporen” kunnen uitzaaien om andere gedeelten van het schilderij of andere voorwerpen te “besmetten “. Dat mycelium zal ongehinderd doorgroeien naar de eiwitrijke preparatielaag (in het geval van tarwemeel-lijm), waar alle elementen aanwezig zijn om een snelle ontwikkeling te bevorderen.


Deze zware schade treedt niet enkel op wanneer schilderijen voor een langere tijd op een vochtige plaats opgeslagen worden (in 2001 bleek het hele depot van het Frans Hals Museum te Haarlem met deze schimmel geïnfecteerd te zijn), maar kan ook optreden door het schilderij slechts die éne fatale keer tegen een koude en vochtige buitenmuur te hangen.


Schilderijen op doek die vast aan muren bevestigd zijn en als een soort muurschildering beschouwd worden zijn vaak onderhevig aan dergelijke aantasting.


Ook gevoelig voor schimmelaantasting zijn de gedoubleerde schilderijen. Immers bij het opkleven van het verstevigingsdoek worden lijmen gebruikt die eiwitrijk zijn, die een perfecte voedingsbodem voor schimmels en bacteriën vomen.


Daarom moet de restaurateur vermijden om beschimmelde objecten in het atelier te brengen. Zij kunnen een bron van infectie zijn die jarenlang het atelier kan terroriseren.


Elke vorm van schimmel moet onmiddellijk bestreden worden om verdere infecties te vermijden; ook is het zo dat schimmel voor allerlei schadelijke insecten een voedingsbron is of dat zij het organisch materiaal (linnen of katoen) zodanig snel kan aantasten dat instabiliteit dreigt.


Wanneer het doek en vooral wanneer de preparatielaag aangetast blijken te zijn kan er niet alleen breuk in het doek optreden maar ook verfverlies. Aan deze toestand is zeer moeilijk te verhelpen en kan al eens nopen tot “transpositie” van de verflaag op nieuw doek.

 

 

-----------------------------------------------------------

LEES OOK : HEYN, Christiane, Mikrobieller Angriff auf synthetische Polymere - Untersuchungen im Rahmen der Denkmalpflege , Universität Oldenburg, Oldenburg, 2002. 

LEES OOK : WOOD-LEE, Mary, Prevention and Treatment of Mold in Library Collections with an Emphasis on Tropical Climate : A Ramp Study , United Nations Educational, Scientific and Cultural Organization, Paris, 1988.

LEES OOK : GRIMMTS, A.B., Sur la matière colorante du Micrococus Prodigius , in : Compte Rendu des l'Académie des Sciences des Arts, 1892, volume CXV, n°6, p.321-322.